De nieuwsbrief van Kindcentrum De Klinkert...

Taaltip: eruit gebonjourd / er uitgebonjourd

14-04-2021
De uitdrukking iemand eruit bonjouren betekent 'iemand buiten de deur zetten', 'iemand eruit gooien'. Het werkwoord in deze uitdrukking is bonjouren en niet uitbonjouren. Uit wordt dus niet aan bonjouren vast geschreven, maar aan er: 'Ze zijn eruit gebonjourd.'

Als uit niet direct naast er staat, kan het er natuurlijk niet aan vast geschreven worden. Het staat dan los in de zin: 'Ze zijn er onlangs uit gebonjourd.'

Er is vaak twijfel over het aan elkaar schrijven van een werkwoord, een voorzetsel (zoals uit) en een woord als er.

 

Wanneer schrijf je eraan en wanneer er aan? En hoe werkt het als er nog meer woorden bij staan, zoals toe en komen: wat moet er aan elkaar in er aan toe komen?

Het is eraan toekomen en bijvoorbeeld: 'Ik kom er straks aan toe' en 'Ik hoop dat ik daaraan toekom.'

Dit zijn de hoofdregels voor het aan elkaar of los schrijven van er (en hierdaar en waar) en een voorzetsel:

  • Schrijf erdaarhier en waar vast aan het voorzetsel dat erachter staat: eraan gewend zijnhierbij zijndaarvoor kiezenwaaruit bestaat dit plan?, enz.
  • Als er nog een voorzetsel in de zin voorkomt, ga dan na of dat bij het werkwoord in de zin hoort. Dat is bijvoorbeeld wel het geval in Ik sluit me erbij aan. Aan blijft los staan van erbij, want het is aansluiten bij iets. In 'Ze ging erover door, maar ik luisterde al niet meer' blijft door los staan, want het is doorgaan over iets.
  • Als het andere voorzetsel niet bij het werkwoord hoort, komt het ook aan de combinatie met er vast. Bijvoorbeeld: Ik ga ervandoor (want het is ervandoor gaan) en We willen eropuit (want het is eropuit willen).