Scholen moeten steeds vaker kiezen: de klas naar...
Vanaf maandag 6 december ontvangen alle basisscholen...

Taaltip: op zoek / opzoek

24-11-2021
'Op zoek' is met een spatie in de betekenis 'bezig met zoeken': 'Ze is nog op zoek naar kerstcadeaus', 'Ben je nog op zoek?'

Wat is juist: 'Ik ben op zoek naar een baan' of 'Ik ben opzoek naar een baan'?

'Ik ben op zoek naar een baan' is juist; de combinatie op zoek zijn naar wordt in losse woorden geschreven.

Op zoek zijn naarop zoek gaan naar en op zoek blijven naar zijn allemaal woordgroepen met een spatie tussen op en zoek:

  • Ga op zoek naar werk!
  • Ik blijf op zoek naar dat ene voetbalplaatje.
  • Op zoek naar een baan?
  • Op zoek naar Mary Poppins.

In op zoek is zoek van oorsprong een zelfstandig naamwoord; op zoek zit dus net zo in elkaar als bijvoorbeeld op wegop padop reis en op onderzoek.

Opzoek = werkwoordsvorm

Alleen als het een werkwoordsvorm is, is opzoek één woord, zoals in: 'Wil je dat ik dat boek even voor je opzoek?' Hier is het namelijk een vorm van het werkwoord opzoeken. Alle vervoegde vormen van dat werkwoord zijn één woord; het is bijvoorbeeld ook: 'Ik wil graag dat je dat boek nu opzoekt' en 'Hij reisde naar Spanje, waar hij bekenden opzocht.'

Met de stam van het werkwoord opzoeken (opzoek) kunnen overigens allerlei samenstellingen worden gevormd: opzoekboek, opzoekfunctie, opzoekklus, opzoekwerk, enz.

Klemtoon

Wie nog steeds twijfelt tussen op zoek en opzoek, kan op de klemtoon letten: in op zoek ligt de klemtoon op zoek, in (dat ik) opzoek ligt hij op op.