De nieuwsbrief van Kindcentrum De Klinkert...
Zowel 'op een boerderij wonen' als 'in een boerderij...

Gelezen in BN De Stem: Buitenspelen is niet alleen leuk, maar ook gezond.

09-05-2019
Buiten spelen is gezond. Toch spelen kinderen van nu aanzienlijk minder buiten dan dat hun ouders of grootouders dit deden toen zij nog klein waren.

Bron: BN De Stem 09-05-2019 door Martijn Schraven
 

Klimmen en klauteren is goed voor kinderen. foto martijn schraven

Kantar Public - voorheen TNS Nipo - deed in 2018, in opdracht van stichting Jantje Beton, onderzoek naar het buitenspeelgedrag in Nederland. Van de grootouders (geboren tussen 1925 en 1955) speelde 66 procent dagelijks buiten. Bij de ouders (geboren tussen 1955 en 1985) was dat 59 procent. Van de huidige kinderen speelt slechts 14 (!) procent elke dag buiten. Drie op de tien kinderen speelden vorig jaar niet of slechts één keer per week buiten. Bij oudere generaties waren dit slechts twee op de honderd!

Op de vraag waarom kinderen niet vaker buitenspelen, geven ze als belangrijkste antwoorden: 'Buitenspeelplekken zijn saai' of 'Ik speel liever binnen'. Beide antwoorden werden door 39 procent van de ondervraagde kinderen gegeven. En dat terwijl het belang van actief buitenspelen al vaak onderzocht en vastgesteld is.

Zo draagt buitenspelen onder meer direct bij aan het behalen van de opgestelde Nederlandse Norm Gezond Bewegen. Deze richtlijn bepaalt dat een volwassene vijf dagen per week ten minste 30 minuten intensief zou moeten bewegen. Voor kinderen is de norm zelfs 60 minuten. Intensief bewegen betekent niet meteen dat het om topsport gaat. Gedoeld wordt op activiteiten waarbij je hartslag en ademhaling daadwerkelijk versnellen, zoals even flink doorfietsen, meerennen met de hond óf - in geval van kinderen - lekker een uurtje de glijbaan op- en neer, springen op de trampoline of ravotten in het gras.

De geschiedenis van speeltuinen in ons land begint eind negentiende eeuw. Uilke Jans Klaren (1852-1947) was een pionier op dit gebied. Hij richtte in 1898 in Amsterdam de eerste speeltuinvereniging op, omdat hij signaleerde dat kinderen uit volkswijken te weinig beweging kregen. Op zijn initiatief werden meerdere speelplekken gerealiseerd in de hoofdstad. Een van zijn zonen stond in 1932 aan de wieg van de Nederlandse Unie van Speeltuinorganisaties (NUSO). Deze stichting bestaat nog steeds.